Erdere tentoonstelling

Onderweg …

...in de verzameling van het museum

Aan de hand van de bijna 250 werken van 54 kunstenaars biedt de tentoonstelling een meervoudig parcours langs de collecties die het Centrum voor grafische Kunst en het gedrukte Beeld de laatste dertig jaar heeft verzameld.

Kunstenaars : Georg BASELITZ - Christiane BAUMGARTNER - Marcel BROODTHAERS - James BROWN - Peter CUNLIFFE - Jean DUBUFFET - Lise DUCLAUX - Michel FRANÇOIS - Donald JUDD - Roberto MATTA - Thierry WESEL, etc.


 

De tentoonstelling  Onderweg… stelt zes parcours voor doorheen de verzameling die het Centre de la Gravure samenbracht over een periode van bijna dertig jaar. De verzameling volgt de kunstgeschiedenis niet chronologisch : omdat een volledige presentatie onmogelijk is, toont ze voorbeelden van meerdere richtingen in de grafische kunst van vandaag. De verzameling is dus subjectief, soms ludiek, geëngageerd of iets te beperkt, maar in ieder geval feestelijk.

Dit gegraveerde parcours voert de toeschouwer langs verschillende thema’s en legt de nadruk op het karakteristieke van de prentkunst. In de grafische kunst wordt meer dan ooit geëxperimenteerd en gecombineerd. Veel kunstenaars beginnen met dit medium te werken om er de talrijke mogelijkheden van te onderzoeken en er  hun uitdrukkingspotentieel mee te verrijken. De grote variatie van de gebruikte procédé’s, gaande van de meest traditionele middelen tot de meest innoverende, gaat samen met het op punt stellen van totaal nieuwe  formules, waaraan vaak de laatste hand wordt gelegd in ateliers waar de drukkers een essentiële rol spelen.  Matrijs, drager en de manier van drukken worden op vele manieren onderzocht, maar ook de vraagstelling rond de rol van het beeld maakt deel uit van de nieuwe onderzoeksterreinen van de hedendaagse prentkunst.

HET PARCOURS VAN DE SEMIOLOOG 

Sedert onheuglijke tijden, doorheen alle  beschavingen waar ook ter wereld, heeft de mens zich uitgedrukt door afdrukken en tekens. Afdrukken van handen en vingers, hiërogliefen, Chinese zegels en andere afbeeldingen waren nooit doel op zich maar steeds een middel voor onderlinge communicatie. Het vertalen van emoties is nog steeds een van de hoofdbekommernissen van sommige hedendaagse kunstenaars, en dit via een kunstvorm  die poëtisch en suggestief is, eerder dan benoemend  en verklarend. De gebruikte tekens aarzelen tussen schrift en vorm, maken meer gebruik  van het gebaar dan van het woord om in dialoog te treden met de toeschouwer. Voor deze kunstenaars verlaat de kunst de wereld van het reële en krijgt ze een symbolische en zelfs een initiërende functie. Afbeeldingen en symbolen leven er naast elkaar met dezelfde ambitie, deel uit te maken van  een universele taal.


Joan Miró is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de moderne kunst. Onder invloed van de surrealistische schrijvers ontwikkelt hij vanaf 1924 een uitbundige stilistische beeldtaal, van een unieke  poëtische  expressiviteit. Aansluitend bij deze gestuele kunst die gebruik maakt van tekensystemen, worden in dit stadium van het parcours de prenten van Robert Motherwell, Bram van Velde en Gabriel Belgeonne op het voorplan geplaatst. De werken van Philippe Vandenberg, Eduardo Chillida en Richard Serra zijn veel statischer en emblematisch. Niet toevallig zijn twee van deze kunstenaars in de eerste plaats beeldhouwer. De materiekunst van Antoni Tàpies en Paco Knöller geeft aanleiding tot grafiek met een gestileerde beeldtaal. In het werk van Dirk Vander Eecken en James Brown wordt ze verhalend, evocerend of muzikaal.

IN DE VOETSPOREN VAN DE GEOGRAAF

Zoals een geograaf vertaalt de kunstenaar zijn relatie tot de wereld door het op papier verzamelen en repertoriëren van minerale, vegetale of organische sporen van onze planeet Aarde. Er zijn talloze soorten inventarissen, gaande van diegene die reveleren tot diegene die uitwissen. Voor sommigen gaat het er bij het verzamelen om minutieus enkele van de vele schoonheden van het landschap in kaart te brengen. Anderen leggen efemere indrukken vast van hetgeen zich afspeelde tijdens de opeenvolging van dagen en seizoenen. Via foto’s of prenten concentreert de kunstenaar zich soms enkel en alleen op de vibraties van de wereld en tracht zijn gewaarwordingen of emoties over te brengen op de toeschouwer. Hij zet de oude droom verder om geduldig « atlassen, herbaria en rituelen » samen te brengen, in de geest van Mallarmé, en eigent zich een terrein toe dat des te frappanter is daar hij mentale beelden reconstrueert die uit zijn diepste herinnering opdoemen.

Sommige artiesten trachten de natuur te ontcijferen via de exploratie van tuinen, velden, wolken en de onderwaterwereld, en aan de hand van fenomenen die hen ontroerden. Dit is het geval bij Lise Duclaux, Catherine Viollet, Michel Degand, José Maria Sicilia en James Brown. Soms wordt de encyclopedist een nomade. Hij ervaart de wereld als een tijdsduur, die van een wandeling. Françoise Roy, Els Vos, Kikie Crêvecœur, Muriel Moreau  en Christiane Baumgartner bijvoorbeeld geven ons in hun grafische reeksen vluchtige fragmenten van een plantaardig universum dat door de tijd werd uitgewist. De selectie prenten van Balthasar Burkhard en Jean Dubuffet toont een eerder minerale wereld.

We wijken even af van de route van de geograaf om deze tocht doorheen verzamelingen en repertoria te vervolledigen, en geven als voorbeeld bepaalde aspecten van het werk van  Nancy Spero en Dirk Vander Eecken.  Nancy Spero’s Alphabet of Hieroglyphs is een inventaris van alle  motieven die ze gebruikte in haar afdrukken op zink en polymeren sedert 1975. Het boek Voyage à l’Anvers door Dirk Vander Eecken is eveneens een soort thematisch dagboek, een knipoog naar zijn geboortestad.

DE HISTORICUS ACHTERNA    

Zoals een historicus laat de kunstenaar het beeld getuigen van zijn gevoelens, soms van zijn verontwaardiging, ten overstaan van collectieve gebeurtenissen waarmee hij, persoonlijk of vanop afstand, geconfronteerd wordt. Zijn blik is zijn geweten ; zijn rol bestaat erin dingen aan het licht te brengen en ze aan te klagen. Dankzij het gedrukte kunstwerk en zijn verspreidingsmogelijkheden krijgt het politiek en sociaal engagement van de kunstenaar de waarde van een manifest en zet aldus een traditie verder die teruggaat tot de oorsprong van de graveerkunst, in de tijd dat Jeroen Bosch, Pieter Breughel en Lucas Cranach dit medium gebruikten om religieus onrecht of machtsmisbruik aan te klagen. Deze prenten, verhalend of suggestief, leggen een momentopname vast en bewaren de herinnering  tegenover de chaos van de geschiedenis.             

Werken die ontstaaan zijn naar aanleiding van een welbepaalde historische context kunnen  resulteren in een vaststelling van journalistieke aard, zoals het geval is bij Christiane Baumgartner of Sarah Wiame, of in  latere bewerkingen, zoals bij Zoran Music, Pablo Picasso, Nancy Spero of Roberto Matta.

Mimmo Paladino en Georg Baselitz ontlenen voortdurend onderwerpen aan de geschiedenis en de kunstgeschiedenis. Trouw aan de roeping van de Italiaanse  Transavanguardia, is het œuvre van  Mimmo Paladino doordrongen van referenties aan de Oudheid, de Byzantijnse cultuur, romaanse sculptuur en Afrikaanse kunst. Eenzelfde soort subjectieve figuratie vindt men terug bij Georg Baselitz. De expressionistische inslag van  de gravures Casa Gaudi en Drei Lampen suggereert  een gevoel van broosheid, een pijnlijk en ondefinieerbaar collectief geheugen dat opnieuw de kop opsteekt.

Pierre Alechinsky schildert of tekent gewoonlijk op oud papier, rekeningboeken of oude kaarten. Ook bij het maken van gravures of litho’s verkiest hij vaak te drukken op  facsimile’s van oude documenten.

DAGBOEK


Wanneer een kunstenaar beroep doet op zijn individueel geheugen, worden de beelden die hij voorstelt stukken uit zijn persoonlijke parcours, zoals in een dagboek. Deze ambitie om erkend te worden in zijn identiteit, deze wil om het privé-leven te verzoenen met de blik van derden, realiseert zich voor vele kunstenaars via het boek, met zijn vertrouwelijk karakter, zowel als via de grafiek, waarvan sommige technieken op wonderbaarlijke wijze uiting geven aan de mysteries van de psyche.

Dit resulteert in beelden met min of meer dramatische connotaties, gaande van de satire, zoals bij Thierry Lenoir, tot de metafysische vraagstelling, zoals bij  Jean-Charles Blais, via de analytische blik van Jim Dine of de vaak wrede ambiguïteit van Louise Bourgeois. 
Grafisch werk dat opgebouwd is als een intiem dagboek mondt soms uit in suggestieve realisaties van een grote sensualiteit, zoals bij Carole Benzaken, Kiki Smith, Kenneth Alfred of Annick Blavier.  Het grafisch œuvre van  Jean-Michel Vaillant tenslotte lijkt een manier van introspectie die symbool staat voor de kronkels van het denken. Deze graficus hanteert de burijn zoals een goudsmid en sculpteert het koper met geraffineerde motieven.

ZOALS EEN LANGEAFSTANDSLOPER  

Een kunstenaar zet ritme en ruimte graag naar zijn hand. Prenten lenen zich van nature tot  productie in aantallen, in reeksen. Een prent kan het resultaat zijn van een emotionele impuls of van een verinnerlijkte en rigoureuze manier van werken ; technisch vertaalt zich dit in een lyrische of constructivistische uitwerking. In dit universum van afgeleiden bestaat elk werk tegelijk op zichzelf én als fragment van een proces dat tot in het oneindige herbegonnen wordt. Sommige kunstenaars produceren een ruimtelijk werk door verscheidene onderdelen van een reeks te ontplooien in de ruimte. Soms ontsnapt het beeld zelfs aan de lijst en verovert het de muur in een bevrijdende dynamiek.

Deze seriële manier van werken werd vaak gebruikt door Peter Cunliffe  zoals in de grote houtsneden van de reeks Cannon.

Talrijke kunstenaars die gerekend worden tot de constructieve beweging zijn in de eerste plaats bekend voor hun sculpturen en produceren grafisch werk dat nauw aansluit bij hun driedimensioneel œuvre. Dit is het geval voor Pol Bury, Donald Judd en François Morellet. De minimalistische prenten van Sol LeWitt of van Marthe Wéry zijn een echo van theoretisch onderzoek dat specifiek gericht is op de kleur en het oppervlak.

Het grafische werk van Sean Scully en van Jean-Pierre Scouflaire kan omschreven worden als materiekunst. Deze kunstenaars onderzoeken de materie aan de hand van het boven elkaar aanbrengen van kleurlagen, de werking van doorschijnende en wazige delen, de dynamiek van de composities. De zorgvuldig gekozen materialen en dragers voegen  hun expressieve rijkdom toe tijdens het drukproces.

DE WEG NAAR DE  DRUGSTORE

Vanaf het begin van de jaren 1960 maken alledaagse consumptiegoederen hun entree in het museum dankzij de pop art . De bekende conservenblikken Campbell’s Soup, op doek vereeuwigd door Andy Warhol, zijn slechts één van de vele voorbeelden. In tegenovergestelde richting werd het commerciële veld veroverd dankzij de multipel, die garant stond voor een massale verspreiding van de kunst. Werken op papier die door de bezoekers meegenomen mogen worden, monumentale aanplakbiljetten in de stad, grafiek die consumptieartikelen als onderwerp neemt, zijn enkele van de nieuwe methodes om de artistieke creatie te injecteren in het dagelijks leven. Voor andere kunstenaars daarentegen wordt de consumptiemaatschappij het doelwit van kritiek. Zij stellen de Westerse praktijken aan de kaak, die onderworpen zijn aan de macht van het geld.

Claude Closky zoekt al jaren andere vormen en middelen om kunstwerken te verspreiden en hen een plaats te geven in het dagelijks leven. Hij  herinterpreteert de wereld van de grafiek  en stelt werken voor die verschillende uitdrukkkingsmiddelen gebruiken. Barbara Kruger gebruikt in al haar fotomontages stereotiepe beelden met bijhorende, ogenschijnlijk banale,  slogans.

De monumentale affiches van Michel François, bestemd om aangeplakt te worden in de stad of op grote schaal verspreid, stellen de vraag over de zeer analytische verhouding die de kunstenaar heeft met de fotografie. Voor Michel François is een kunstwerk nooit uniek.

De bittere/wrange kijk van Marcel Broodthaers op  het statuut van de kunst en van het museum in de hedendaagse maatschappij uit zich door het integreren van gewild onbeduidende objecten in zijn creaties. Uit hun context gerukte objecten, rebussen, banaliteit of ruïnes /verval ?zijn de uitverkoren werkterreinen van  Pierre Buraglio, Takesada Matsutani en Thierry Wesel.

231 kunstwerk

in de collectie