Vues sur murs - MUURZICHTEN - Prentkunst in de stad - street art in La Louvière - 26 mei - 2 september 2012


PERS

 
 
Een greep uit deze kunstenaars :
 
 
 
C215 (F) - dans l'expo
Jef Aérosol (F) rue de Bellevue à La Louvière : Jimi Hendrix
LUDO - rue Magritte - La Louvière
 
Evol - dans l'expo
Shepard Fairey/Obey - dans l'expo
 
Invader (F) - dans l'expo
Muga (B) - dans l'expo
Denis Meyers (B) - dans l'expo
 
Sten & Lex (I) - rue Albert (P. du Carrefour) à La Louvière
Doctor H - - dans l'expo
 

Swoon - dans l'expo

 
MUURZICHTEN - Prentkunst in de stad

Straatkunst of street art is een term die verwijst naar alle spontane en impulsieve interventievormen die meestal zonder toelating in de stad aangebracht worden. Hun boodschap kan zowel ludiek als politiek getint zijn. Straatkunst omvat een hele reeks uiterst gevarieerde praktijken waarvan de meest gekende graffiti, sjablonen, collages, installaties of zelfs breiwerk (street tricot of yarnbombing) zijn.
Straatkunst is een interventiekunst met onbeperkte middelen. De prentkunst is er slechts één van, maar de aanwezigheid ervan is aanzienlijk. De tentoonstelling Muurzichten biedt de gelegenheid om een aspect van deze verscheidenheid aan media te illustreren, waarbij de nadruk op de vermenigvuldigde afbeelding gelegd wordt.
De eerste tags of graffiti-handtekeningen zijn aan het einde van de jaren 1960 in Philadelphia opgedoken en vervolgens in New York, waar deze praktijk zich in de jaren 1970 sterk zou ontwikkelen. Graffiti is in de jaren 1980 in Europa opgedoken via tijdschriften en tentoonstellingen (Lee Quinones, een graffitimaker uit New York, werd in 1979 in galerij Medusa te Rome voorgesteld).
Street art bevindt zich op het kruispunt dat de link vormt tussen de graffiti- en skateboardpraktijken, enerzijds, en de prille punkbeweging, anderzijds. Aan het pseudoniem of de naam van de graffitimaker, dat/die deze gekozen heeft om anoniem te blijven, wordt het logo of het figuratief beeld toegevoegd. De kunstenaars richten zich niet enkel meer tot de crews (groepen van graffitimakers), maar interageren met een breder publiek. De expressievormen breiden zich uit; sjablonen, affiches, vervormde tekens, installaties, schilderijen... . 
De meeste kunstwerken uit de tentoonstelling Muurzichten werden speciaal voor deze gelegenheid gemaakt, op enkele werken na die van privécollecties of collecties van instellingen afkomstig zijn.
 
De volgende kunstenaars worden op het gelijkvloers voorgesteld:

Jef Aérosol, die als een van de pioniers van de sjabloon in Frankrijk beschouwd wordt, schept een wereld waarin portretten van beroemdheden en anonieme mensen vermengd worden.
C215, een Franse kunstenaar, maakt realistische en minutieuze sjablonen die de mens als hoofdthema hebben.
Obêtre, een Belgisch kunstenaar, tracht aan de hand van zijn diverse projecten (collages, zelfklevers, installaties) verbanden tussen de graffitipraktijken en de sociologie te leggen.
Muga is een Belgisch kunstenaar wiens diverse interventies (collages, sjablonen, zelfklevers) met hun omgeving spelen.
Sten & Lex, een Italiaans kunstenaarsduo, gebruikt papier als drager (welke drager zelf een sjabloon wordt) en ontwikkelt een methode die bijzonder voor de sjabloon is, namelijk de sjabloonaffiche.
Denis Meyers, een Belgisch schilder, etser en graficus, ziet zichzelf hoofdzakelijk als een typograaf. Hij maakt zelfklevers, sjablonen en seriegrafieën die in de stadscontext tot stand komen en leven.

Aan het pseudoniem of de naam van de graffitimaker, dat/die deze gekozen heeft om anoniem te blijven, wordt het logo of het figuratief beeld toegevoegd. Het werk van twee kunstenaars, die spilfiguren van de street art zijn en afbeeldingen ontworpen hebben die tot iconen uitgegroeid zijn, getuigt hiervan:
 
OBEY (SHEPARD FAIREY)
Shepard Fairey, die reeds als tiener door kunst gefascineerd was, is tekeningen voor zijn skateboards en T-shirts beginnen te ontwerpen. In 1992 heeft hij zijn studies inzake Illustratietechnieken voltooid aan de Rhode Island School of Design in Providence (Verenigde Staten).
In 1989, toen hij nog studeerde, heeft hij de campagne ‘André the Giant’ opgestart. Wat als een kinderachtige grap begonnen was, is tot een ware affichagecampagne uitgegroeid. Shepard Fairey ontwierp een aanzienlijk aantal affiches, sjablonen en zelfklevers die hij aanplakte of aan zijn vrienden uitdeelde, waardoor het aldus gevormde netwerk zich kon uitbreiden. De slogan Obey is afkomstig uit een sciencefictionfilm die een sterke indruk op de kunstenaar nagelaten heeft: They Live (Ze leven) van John Carpenter, uit 1988.
Deze praktijk, die haast een verslaving werd en als een artistiek project ontworpen werd, stelde het thema ‘toetreding of verwerping’ in vraag. Uitgerekend dankzij deze reacties kon het project volledig tot zijn recht komen. De kunstenaar heeft zijn methode conceptualiseerd door de term ‘fenomenologie’ van de filosoof Heidegger over te nemen om een experiment te beschrijven dat bedoeld was om nieuwsgierigheid op te wekken en het mechanisme van de publicitaire propaganda dat de openbare ruimte overspoelde, in de verf te zetten.
Hij streefde deze doelstelling verder na met behulp van affiches die vaak een politieke boodschap inhielden. Geïnspireerd door kunstenaars als Alexander Rodchenko, Barbara Kruger of Andy Warhol, gebruikte hij de symbolen en portretten die de geschiedenis beïnvloed hebben. Aan de hand van decoratieve elementen, afbeeldingen van politieke leiders of zelfs van oorlogswapens, deed hij de grenzen tussen propaganda en decoratie vervagen. Door de afbeelding van André le Géant naast deze portretten te plaatsen, trachtte hij het publiek te behoeden voor het gevaar dat manipulatie inhoudt.
Shepard Fairey woont en werkt in Los Angeles (Verenigde Staten).

INVADER
‘Invader’ brengt de ‘Space invaders’, de wezentjes die uit het gelijknamige videospel uit het einde van de jaren 1970 ontsnapt waren, opnieuw tot leven. Dit arcadespel kondigde de opkomst van de pixels en van de digitale technologie aan.
Sinds een vijftiental jaren past deze kunstenaar het concept van het spel op de werkelijkheid in de steden toe en concretiseert hij deze buitenaardse wezens onder de vorm van mozaïektegels die op de muren in grootsteden uit de hele wereld geplaatst worden (Parijs, Londen, New York, Tokyo, Katmandoe, Mombasa en Brussel).
De werken die we toevallig in de straten kunnen ontdekken, vormen het meest waarneembare deel van dit project. Alle werken zijn van een referentie voorzien, op een kaart gepositioneerd en gefotografeerd, zodat ze in de databank van de kunstenaar gearchiveerd kunnen worden. De kunstenaar maakt gidsen en invasiekaarten aan waarmee we zijn spoor in het hartje van de steden kunnen volgen.
‘Invader’ onthult zijn inktjetafdrukken aan het Centrum voor grafische kunst, welke afdrukken voor het eerst getoond worden en zowel voorbereidende schema’s als schetsen inhouden. De meeste edities op papier die hij tijdens zijn loopbaan verwezenlijkt heeft, worden eveneens getoond.
Straatkunst is een kortstondige kunstvorm; de kunstwerken zijn niet bedoeld om lang mee te gaan, te meer daar ze geleidelijk aan of vrijwillig uitgewist worden en aan de atmosferische omstandigheden onderworpen zijn. Dit vluchtige, tijdelijke aspect maakt deel uit van het proces dat bepaalde kunstenaars wensen.
Swoon, een Amerikaanse kunstenares, maakt portretten die fijntjes uitgesneden worden en afgedrukt worden op kringlooppapier, dat ze waardeert omdat het scheurtjes vertoont en vergeelt. 
De reclameaffiche blijft aan diverse behandelingen onderworpen; Doctor H, een Belgisch kunstenaar, snijdt er gezichten uit.
Deze kunstvorm is verbonden met de context waarin ze ontstaan is. Aangezien ze de openbare ruimte inpalmt, leidt ze van nature uit tot protest en stelt ze de notie ‘eigendom’ in vraag. 
Op basis van vensters met minutieuze details, die in verscheidene lagen verwezenlijkt zijn, reconstrueert Evol miniatuurgebouwen op elektrische kasten, zijn favoriete drager. Hij herinterpreteert de openbare ruimte op het meubilair of op karton. De pijlers op de tweede verdieping van het museum vormden de basis om een nieuwe installatie te creëren.
Op de gekleurde collages van Muga worden radiozenders of personages afgebeeld. Hij speelt met hun omgeving. De elementen van het stadslandschap of van het museum worden een inspiratiebron.

Vervorming is een courante praktijk in de straatkunst: vervormde verkeerstekens, vervormd straatmeubilair of vervormde reclameaffiches. De interventie kan in situ of in het atelier van de kunstenaar plaatsvinden nadat het desbetreffende voorwerp «verwijderd» werd.
Het project Co-Branding van Ludo past in deze vervormingspraktijk, die afbeeldingen creëert waarin natuurlijke en technologische elementen vermengd worden. Volgens een methode die onze levenswijze die door de technologieën overheerst wordt, afkeurt, voegt Ludo deze afbeeldingen in de bushokjes in en benadrukt hij het gladde en kille aspect van de reclamecampagnes van bepaalde grote merken (Chanel, Dior).

Andere kenmerken ervan zijn het verrassingseffect, de anonimiteit en kosteloosheid. Street art is een kunstvorm die voortdurend evolueert.
Sommige interventies van kunstenaars zijn zichtbaar op andere, ongebruikelijkere plaatsen in het museum; de kleedkamer, de achterkant van de muren achteraan de zaal, het terras... 
Het tweede deel van de tentoonstelling is zichtbaar aan de buitenkant, in het stadscentrum van La Louvière. De interventies die in het stadscentrum zichtbaar zijn, werden verwezenlijkt door C215, Denis Meyers, Doctor H, Evol, Invader, Ludo, Muga, Obêtre en Sten & Lex.
Een plan waarin de verschillende plaatsen opgenomen zijn, is beschikbaar aan het onthaal.
De projecten van de kunstenaars in het stadscentrum werden in samenspraak met de eigenaars verwezenlijkt.